Werking van het repetitiemechaniek van een vleugel

In alle hedendaagse vleugels en bijna alle vleugels uit de twintigste eeuw zit eenzelfde type mechaniek, meestal genoemd repetitiemechaniek. Het is oorspronkelijk bedacht door Sébastien Érard, bouwer van harpen en vleugels, in 1821. Hij noemde het een "mécanique à double échappement". (Engels: double escapement action.)

Het doel van Érard, zoals hij in zijn octrooiaanvraag schrijft, was om het mogelijk te maken een zelfde toon opnieuw te laten klinken zonder daarvoor de toets helemaal op te moeten laten komen tot zijn ruststand.

Essentie van de vinding is een extra hefboom in het mechaniek die door een veer zo sterk omhoog gedrukt wordt dat hij in staat is de hamersteel met hamer te dragen. (Wordt verderop uitgelegd.)

Hieronder een foto van een origineel stukje Érard mechaniek van ca 1840.

Onderstaande foto's zijn van een modern mechaniek uit ca 1970.

Benaming van onderdelen.

1 toets
2 piloot
3 onderhamer
4 opstoter
5 repetitiehefboom
6 hamersteel
7 hamer
8 afvalpop
9 rouleau
10 vanger
11 repetitieveer
12 abnickschroef

* afregelpunt

Het mechaniek in rust. De toets wordt niet ingedrukt. Bij het aanslaan wordt de kracht van de aanslag via de toets, de piloot, de onderhamer, de opstoter en de rouleau overgebracht op de hamersteel en hamer.

(De hamersteel hoort rechts niet op het groene stof te rusten. Foutje dus maar het is duidelijk dat dit mechaniek nog afgeregeld moet worden.)

Als de toets wordt ingedrukt en ingedrukt blijft gebeuren er een aantal dingen.

1. De opstoter blijft met het horizontale deel achter de afvalpop hangen en kantelt daardoor onder de rouleau weg.

2. De hamer heeft de snaar aangeslagen en kaatst daarvan terug.

3. De hamersteel met rouleau drukt de repetitiehefboom tegen de veerdruk in naar beneden.

4. De hamer wordt met zijn staart gevangen door de met leer beklede vanger en staat daardoor stil. Dit om te voorkomen dat de hamer op en neer gaat staan denderen waarbij de snaar meerdere keren aangeslagen wordt. (Dit heet pappelen.)

Zo gauw de toets maar iets wordt losgelaten grijpt het volgende plaats.

1. De hamer wordt losgelaten door de vanger.

2. De repetitieveer laat de hefboom met de hamersteel erop stijgen.

3. De hefboom blijft achter de abnickschroef hangen waardoor de hamer net niet de snaar raakt.

De essentie van een repetitiemechaniek is dat door het dragen van de hamersteel door de repetitiehefboom de opstoter vrij is weer onder de rouleau terug te keren. Hierdoor kan de toets opnieuw aangeslagen worden waarbij de hamer de snaar weer aanslaat zonder dat het mechaniek helemaal in starttoestand moet zijn teruggekeerd.

Wil dit allemaal goed werken dan moeten alle afregelingen wel kloppen. (Dat zijn allle groene sterretjes op de eerste foto.)
Dit maakt het vleugelmechaniek een tikje onderhoudsgevoeliger wil het zo goed mogelijk werken.